Oscar is in een kledingwinkel.
Hij ziet Zari, één van zijn studenten. Zij werkt in de winkel.
Zari! Ik ben blij je te zien!
Goedemorgen!
Heeft u hulp nodig?
Ja, dank je, dat heb ik
Ah, ik weet het! Wat u nodig hebt is een nieuw jasje!Zari pakt een jasje.
Nee, Zari, Ik heb geen jasje nodig.
Ah, zoekt u soms een nieuw overhemd?
Het groene is perfect!
Nee, Zari, alsjeblieft...
Ik heb geen jasje nodig en ook geen overhemd, maar...
Maar een hoed! U heeft een hoed nodig!
Nee! Ik heb geen kleren nodig!
Ik wil graag weten,
Waar het toilet is!