Lin en haar oma Lucy, bezoeken Amsterdam. Ze zijn in een restaurant. Het is zo fijn om weer hier te zijn! Wanneer heb je in Amsterdam gewoond, oma? Select the missing phrase Dertig jaar geleden. Kunnen we nu naar een museum gaan? Ja, maar ik moet eerst naar het toilet. Lucy gaat naar het toilet. Een man komt het restaurant binnen Hij kijkt naar Lin. Jij ziet er uit als iemand die ik vele jaren geleden ontmoette. Pardon? Ik hield veel van haar, maar… Ik weet niet waar ze nu is. Tap what you hear Lucy komt terug van het toilet. Lucy! Kennen wij elkaar? Ik ben het, Piet! Ach ja! Nu herken ik je stem! Maar je mooie krullen ben je kwijt! Dat is lang geleden! Ik heb je heel veel brieven geschreven maar je hebt me nooit geantwoord. Ach jongen, Ik heb je brieven nooit ontvangen. Ik heb de wereld rondgereisd op een schip. Maar nu ben je hier, we kunnen weer samen zijn! Wie weet, maar niet nu. Nu ga ik naar het museum met mijn kleindochter. Ze geeft de man een kaartje. Voortaan kun je me een e-mail sturen. Ik beloof je dat ik zal antwoorden! Tap the pairs the next time de volgende keer we can we kunnen together samen with met the granddaughter de kleindochter