Ik Ga naar Rome

Ik Ga naar Rome

Zari rent op Lily af. Ze zijn op school.
418Lily, ik heb een probleem!
416Zari, ik heb je al gezegd dat proefwerkcijfers niet het belangrijkste zijn.
418Dat is het niet. Ik denk dat Valerio verliefd op me is.
416Valerio? Die nieuwe leerling die vorige week uit Italië gekomen is?
418Ja, ik denk dat hij met me naar Rome wil.
416Echt?
418En ik denk dat hij met we wil trouwen!
418We gaan wonen in een appartement bij het Colosseum.
418En we nemen een scooter! En een kat die Fellini heet.
416Wauw! Wat een uitgewerkt plan!
418Maar eerst moet ik met mijn ouders praten…
416Zari, waarom denk je dat Valerio naar Rome wil met jou?
418Hij heeft heel romantische dingen tegen me gezegd.
416Oh, werkelijk?
418Ja, hij heeft me gevraagd of ik van Rome houd.
418Hij vroeg me ook of ik van katten houd, en we hebben gepraat over mijn familie.
416Zari… Ik denk dat hij dezelfde vragen stelt aan alle jongens en meisjes in onze klas.
418Wat?
416Ja, het zijn de vragen die in zijn boek staan.
416Ik denk dat hij alleen maar zijn Nederlands oefent.