Kan Ik U Helpen?

Kan Ik U Helpen?

Zoë loopt over straat.
Ze ziet een man voor zijn auto staan.
Hij is gestresst.
101Hallo, kan ik u helpen?
127Ik heb een probleem met mijn auto.
127Mag ik uw telefoon eventjes gebruiken, alstublieft?
Zoë geeft haar telefoon aan Patrick.
Patrick belt een nummer.
101Ja , maar ...
127Wacht even, alstublieft.
127Hallo, is dit een garage?
127Ik heb een probleem.
De man aan de telefoon stelt Patrick een vraag.
127Nee, ik weet niet waar ik me bevind.
127Euh, neem me niet kwalijk mevrouw..
101Ja?
127Weet u waar we zijn?
101We zijn niet ver van de garage.
127Pardon?
101Ik werk bij de garage!
101Ik ben monteur!
101Dus, kan ik u helpen?