Kun Je Praten?

Kun Je Praten?

Fenne rust uit op de bank, terwijl haar hondje Pompey slaapt.
Fenne is moe, want ze heeft de hele dag naar de problemen van haar cliënten geluisterd.
3163Pompey, het is fijn om thuis te zijn.
58Ja, we moeten eens praten.
3163Waarover?
3163Wacht, kun je praten?!
Fenne kan niet geloven dat Pompey kan praten.
58Er moeten wat dingen veranderen hier.
3163Wat?
58Als eerste, laten we het over het eten hebben.
3163Over het eten?
58Ik ben het hondenvoer zat. Ik heb liever biefstuk!
58Ja! Je moet meer biefstuk kopen.
58Maar er is meer!
3163Pompey, waar heb je het over?
58Dank je wel voor mijn nieuwe (honden)mand.
58Maar ik wil ook af en toe op jouw bed slapen!
58Doordeweeks slaap ik op jouw bed.
58En aan het einde van de week wisselen we.
3163Ik wil niet in jouw (honden)mand slapen!
58Slaap je liever buiten?
3163Wat?
Fenne wordt bezorgd wakker, maar Pompey ligt te slapen op de vloer. Ze glimlacht.
3163Blijkbaar heb ik vreemde dromen door mijn werk.