Ik Wil het Broodje!

Ik Wil het Broodje!

Vikram en Oscar zitten in een restaurant.
592Ik houd van deze plek. Ik neem altijd het broodje kaas.
593Ik ook.
Een ober komt naar de tafel.
526Heeft u uw keuze gemaakt, heren?
593Twee broodjes kaas alstublieft.
526Het spijt me, we hebben er nog maar één.
592Goed, die is dan voor mij.
593Wacht! Hoezo voor jou? Ik wil het ook!
593Geeft u ons even een momentje, alstublieft?
De ober loopt weer weg.
592Vikram, ik wil dat broodje.
593Maar Oscar, ik wil dat broodje ook.
592Maar het was mijn idee om hierheen te gaan!
593Maar vorige week heb ik je geholpen je appartement te schilderen.
593En daarna heb ik je mijn auto geleend.
592Ik had je auto nodig om jou naar het ziekenhuis te brengen!
593Omdat ik uit je raam was gevallen terwijl ik aan het schilderen was!
593En later, in het ziekenhuis, heb ik je mijn chocoladetaartje gegeven.
592Dat taartje was heerlijk.
592Het is goed. Jij mag het broodje hebben.
De ober komt terug.
592Mijn vriend zal het broodje kaas bestellen.
526Het spijt me, heren. Terwijl u discussieerde heeft iemand anders het laatste broodje genomen.
593Wat een snertrestaurant!
592We komen hier nooit meer terug!