Vikram en Oscar zitten in een restaurant. Ik houd van deze plek. Ik neem altijd het broodje kaas. Ik ook. Een ober komt naar de tafel. Select the missing phrase Heeft u uw keuze gemaakt, heren? Twee broodjes kaas alstublieft. Het spijt me, we hebben er nog maar één. Goed, die is dan voor mij. Wacht! Hoezo voor jou? Ik wil het ook! Geeft u ons even een momentje, alstublieft? De ober loopt weer weg. Vikram, ik wil dat broodje. Maar Oscar, ik wil dat broodje ook. What comes next? Maar het was mijn idee om hierheen te gaan! Maar vorige week heb ik je geholpen je appartement te schilderen. Tap what you hear En daarna heb ik je mijn auto geleend. Ik had je auto nodig om jou naar het ziekenhuis te brengen! Omdat ik uit je raam was gevallen terwijl ik aan het schilderen was! What comes next? En later, in het ziekenhuis, heb ik je mijn chocoladetaartje gegeven. Dat taartje was heerlijk. Het is goed. Jij mag het broodje hebben. De ober komt terug. Mijn vriend zal het broodje kaas bestellen. Het spijt me, heren. Terwijl u discussieerde heeft iemand anders het laatste broodje genomen. Wat een snertrestaurant! We komen hier nooit meer terug! Tap the pairs to lend lenen the cheese sandwich het broodje kaas lousy snert I fell ik ben gevallen why hoezo