Eddy en Junior gaan winkelen.
Papa, waarom zijn we hier? Je hebt de pest aan deze winkel.
Ik heb een trui nodig.
Select the missing phrase
Maar het is zomer…
Een verkoopster loopt op ze af.
Hallo Eddy, wat fijn om je weer te zien!
Ja, Eddy… Eddy, dat ben ik. Ik bedoel… hallo!
Ah, nu weet ik waarom we hier zijn…
Kan ik je helpen?
What comes next?
Ja! Ik zoek een trui.
Probeer deze groene eens. Ik denk dat hij je erg goed zal staan.
Mooi! Dank je!
Maar papa, je houdt niet van groen.
Stil! Ik houd wel van groen!
Tap what you hear
Eddy trekt de trui aan.
Je ziet er geweldig uit!
Papa, hij is je te klein.
Wat? Nee, natuurlijk niet!
En hij is in de aanbieding.
Ik neem hem!
En ik houd hem aan.
Goed zo! Fijne dag nog. Ik hoop, je snel weer te zien.
Werkelijk?
Papa, laten we gaan.
Tap what you hear
Eddy en Junior gaan de winkel uit.
Papa, weet je zeker dat het goed met je gaat? Je ziet een beetje blauw.
Ik voel me prima!
Je kunt de trui zeker niet uittrekken?
Nee.
Laten we een schaar kopen.
Tap the pairs the saleswoman de verkoopster the pair of scissors de schaar the store de winkel probably zeker to take off uittrekken