Bea is op haar werk. Haar chef Alex komt met haar praten.
Bea, vandaag ga ik dineren met de directeur (van het bedrijf).
Zou je mee kunnen gaan? Vorige keer kon je niet.
Ik zou echt graag willen, maar helaas, ik kan niet.
Ik snap het… maar zij wil je heel graag ontmoeten.
Ik weet het, het spijt me.Later zit Alex te dineren met Paula, de directeur.
Bea loopt langs hun tafel.
Zie ik dit goed? Bea! Je bent toch gekomen!
Euh… Dag, Alex! Ik zie dat je dit restaurant gekozen hebt.
Dus uiteindelijk kon je toch komen, wat fijn! Mag ik je voorstellen aan Paula, onze directeur.
Aangenaam kennis te maken, mevrouw. Euh… Alex, Ik ben hier niet om met jullie te eten.
Wat bedoel je?
Ik euh.. Ik werk hier elke avond. Ik ben serveerster.
Is zij de stagiaire aan wie je me wilde voorstellen?
Ja, ik wist dus niet dat zij hier werkt…
Ik had ook twee banen toen ik jonger was!
Bea, ik hoor dat je veel ideeën hebt, en ik zie dat je een harde werker bent. Ik wil graag met je van gedachten wisselen over het bedrijf!
D-D-Dank u wel mevrouw!
Maar eerst ga ik jullie een mandje brood brengen, anders zal mijn andere baas niet blij zijn.