Bea en Lin zitten naar een toneelstuk te kijken.
Lin! Wakker worden!
eh Wat? Wat is er?
Je bent in slaap gevallen. Jeanette komt zodirect op.
Dit stuk is zo saai!
Ik weet het, het is verschrikkelijk, maar Jeanette is onze vriendin. We moeten haar stuk zien.
Is goed.Jeanette komt huilend op, gaat zitten en blijft maar huilen.
Waarom is zij verkleed als baby?Twintig minuten later...
Wat een raar toneelstuk, ik snap er niets van!
Zij is een goede actrice maar dit is het slechtste stuk van de wereld.
Laten we gaan, ik kan dit niet langer aanzien.
OK, maar Jeanette mag niet weten dat we weg zijn gegaan.Lin en Bea gaan stilletjes het theater uit.
De volgende dag zitten ze in een koffietent en ze zien Jeanette binnen komen.
Voorzichtig, het is Jeanette!
Ze komt hierheen!
Hee, waar waren jullie gisterenavond? Ik dacht dat jullie zouden komen kijken naar ons toneel.
We waren er wel!
Werkelijk? Ik heb jullie niet gezien.
We zaten op de achterste rij.
Ah, ik snap het. Hoe vond je de voorstelling?
We hebben genoten!
Ja, ik vond het mooi om je twintig minuten te zien huilen op het podium.
Dank je! Dat was erg grappig, vinden jullie niet?
Absoluut!
Vond je het einde mooi?
Het einde? Dat was het grappigste deel!
Ja, ik kon niet stoppen met lachen!
Vind je dat het einde grappig was?
Ja!
Maar ik raakte mijn hond kwijt bij een overstroming!
Ah…
Het komt doordat we het niet goed konden zien vanaf de laatste rij.
Dan moeten jullie volgende week terugkomen!
Ik zal plaatsen op de eerste rij voor jullie regelen.