Het Brandalarm

Het Brandalarm

Zari zit in de wiskundeles. Opeens klinkt keihard een alarm.
292Jongens, dat is het brandalarm. We moeten direct het gebouw uit.
292Kan iemand me helpen om alle leerlingen naar buiten te krijgen?
Zari steekt haar hand op.
418Ik mevrouw!
292Dank je wel, Zari.
Zari loopt de gang door en zegt tegen de andere leerlingen dat ze naar buiten moeten.
Zij ziet dat Lily nog aan het schilderen is in het tekenlokaal.
418Lily, wat doe je daar nog? We moeten direct naar buiten.
416Het kan me niet schelen. Ik ben aan het schilderen en moet me concentreren.
418Maar heb je het brandalarm dan niet gehoord?
418We moeten hier weg!
416Zari, het is maar een oefening.
416Het alarm gaat wel vaker af maar het is nooit een echte brand.
418Lily, ik mag je hier niet achterlaten.
418Dat is de opdracht van mijn lerares. We moeten naar buiten.
416Nee, dank je. Kijk eens naar mijn schilderij! Vind je het niet prachtig?
Zari kijkt naar het schilderij.
418Wauw, ja, het is prachtig. Ik vind de donkere lucht erg mooi.
416Werkelijk?
418We hebben geen tijd. Dit is nu niet belangrijk!
416Voor mij wel.
418Kan me niet schelen!
416Zari, dat doet pijn.
418Dat spijt me, maar we moeten weg.
416Wacht… ruik ik rook?
418Lily! Er is echt een brand!
Plotseling gaan de sprinklers aan. Overal is water.
418Getsie! Mijn schoenen kunnen niet tegen water!
416Ai, mijn schilderij kan ook niet tegen water.
Lily kijkt opnieuw naar haar schilderij.
416Ach… ik geloof dat de lucht er nu nog mooier uitziet.
418Lily, laten we gaan!
416Wat? Denk je niet dat het er nu beter uitziet?