Eddy en zijn zoon Junior zitten in de keuken van hun appartement.
Zij hebben een beetje ruzie.
Buitenaards leven? Geloof jij nog in sprookjes? Het is idioot om daar je tijd aan te verdoen.
Idioot? Hoe kun je dat nu zeggen?
Duizenden mensen hebben UFO's gezien.
Duizenden mensen hebben iets gezien dat ze niet begrepen.
De overheid zegt dat UFO's bestaan.
De overheid zegt zoveel.
Weet je hoe groot het heelal is?
Onvoorstelbaar groot.
Ja, dat is zo.
Er zijn duizenden miljoenen planeten!
En dus?
Ik weet zeker dat er ergens op één van die planeten leven is.
Dat zullen we nooit weten.
Alle beroemde wetenschappers geloven in buitenaards leven..
Het is niet uit te sluiten dat het bestaat, maar ik ken geen wetenschapper die zegt dat het zeker bestaat.
O nee? Vertel dan eens hoeveel wetenschappers je kent!
Eh… Nou, ik ken geen enkele wetenschapper.
Papa, je weet dat de mogelijkheid bestaat.
Uiteraard… De mogelijkheid bestaat. Zoals ik daarnet al zei, toch?
Maar ik geloof niet dat een paar marsmannetjes mijn muesli hebben opgegeten.
Maar papa, hoe kun je daar zo zeker van zijn?
Ik geloof wat mijn eigen ogen zien, en mijn ogen zien melk op je T-shirt.
Wat?Junior kijkt naar beneden, naar zijn T-shirt.
Goed, je hebt gelijk. Ik heb je muesli opgegeten.
Maar het bestaat wel, buitenaards leven!