Dennis verlaat een videospelwinkel als hij hoort dat iemand hem roept.
Ah, hier ben je!Dennis kijkt naar de andere kant van de straat en ziet een man uit een rode auto stappen.
De man zwaait naar hem, maar Dennis kent hem niet.
Denkend dat de vreemdeling hem voor iemand anders aan ziet, loopt Dennis door.
Maar de vreemdeling roept opnieuw en rent naar hem toe.
Dennis rent weg van hem.
Waarom is die man me aan het volgen?Een paar straten verderop belt Dennis zijn moeder.
Ik heb je al drie keer geprobeerd te bellen Dennis.
Mama, ik ben echt bang!
Waarom? Wat is er aan de hand?
Er was een man die naar mij riep
En ik denk dat hij mij volgt
Hoezo? Waar ben je?
Niet boos worden, maar ik heb gespijbeld vanochtend.
Ik ben naar de stad gelopen
Echt?
Het spijt me! Ik had zin om een nieuw videospel te kopen.
Ik was van plan om terug te gaan naar school nadat ik het had gekocht, ik zweer het!
Hoe zag die man eruit?
Ik weet het niet. Hij was kaal en lang en hij stapte uit een rode auto.
Kun je me komen ophalen?
Dennis, die man is ..
Ik ben echt zo bang!
Ik zal nooit meer spijbelen!
Ik ben blij dat te horen.
Maar als je mijn oproepen had opgenomen had je geweten dat die man die je aan het volgen was, Ludovic, eigenlijk mijn collega is.
Hoezo dat?
De school belde me vanochtend om te vertellen dat je er niet was
Je praat al weken over dat videospelletje, dus ik wist waar je heen ging.
Ik kon het kantoor niet verlaten vanwege een afspraak, dus Ludovic bood aan, je te zoeken en terug naar school te brengen.
Ik probeerde je te bellen om het je te laten weten.
Aha..
Ludovic is lang en kaal en heeft een rode auto.
Het spijt me, mama...
We praten er later over.
Ik zal nooit meer spijbelen!